Digitale autonomie is een ontwerpvraagstuk

Digitale autonomie is een ontwerpvraagstuk

door Thijs Willems, CIO van Avans Hogeschool

23 juli 2026

Digitale autonomie wordt in veel discussies, ook op dit platform, gepresenteerd als strategisch doel. Het gaat dan over soevereiniteit, afhankelijkheid van hyperscalers of de vraag hoeveel controle een organisatie nog heeft over haar data en infrastructuur. Tegelijkertijd bespreken organisaties deze thema’s vooral in strategische termen. De stap naar concrete architectuurkeuzes en ontwerpcriteria in de uitvoering blijft daarbij vaak achterwege.

2026-07-23 Digitale autonomie is een ontwerpvraagstuk Thijs Willems Avans Hogeschool

Ik spreek over ‘architectuurkeuzes en ontwerpcriteria’. Autonomie zit immers niet in één besluit en ook niet in één architectuurlaag. Het is iets dat zich vormt in de opeenstapeling van ontwerpkeuzes over tijd. Dat maakt autonomie tot een lastig onderwerp in de besturing van digitale verandering.

Ontwerp en besturing
Digitale systemen zijn in de praktijk nooit neutraal. Ze bepalen hoe processen worden ingericht, waar besluitvorming plaatsvindt en welke vormen van afhankelijkheid ontstaan. Daarmee zijn ze niet alleen ondersteunend aan de organisatie, maar ook structurerend voor hoe die organisatie functioneert.

Veel organisaties beoordelen IT-keuzes op directe criteria zoals functionaliteit, kosten en time-to-market. Dat zijn logische en noodzakelijke afwegingen, maar ze laten een belangrijke vraag buiten beschouwing: wat betekent deze keuze voor de mate waarin de organisatie later nog kan bijsturen, vervangen of herontwerpen? Het antwoord op die vraag kan bepalend zijn voor het toekomstig functioneren van een organisatie.

Digitale autonomie zou daarom een dimensie moeten zijn die in elk besluit over make or buy wordt meegenomen.

Van vendor lock-in naar afhankelijkheidsnetwerken
De discussie over digitale autonomie doet denken aan die over vendor lock-in, maar is complexer. Het klassieke beeld van vendor lock-in geeft nog maar een beperkt beeld van de werkelijkheid, want afhankelijkheid is in moderne digitale omgevingen minder geconcentreerd en veel meer verspreid geraakt.

Organisaties werken met een samenstel van cloudplatformen, identity-diensten, SaaS-oplossingen, data-platformen en integratielagen. Die onderdelen staan niet los van elkaar, maar vormen samen een netwerk waarin functionaliteit, data en beheer verweven zijn.

Afhankelijkheid is hiermee ingebed in de architectuur zelf, en niet alleen in contracten of individuele leveranciersrelaties. Het is daardoor minder makkelijk grijpbaar, maar wel bepalend voor de strategische ruimte van de organisatie.
  
 Efficiëntie en strategische ruimte
 Veel keuzes in digitale architectuur zijn goed te verklaren vanuit efficiëntie. Standaardplatformen, managed services en geïntegreerde suites helpen om complexiteit te reduceren – als het ware uit te besteden - en de snelheid van levering te verhogen.

Door het uitbesteden van complexiteit, hoe logisch ook, verdwijnt ook een deel van de ontwerp- en veranderkracht uit de organisatie. Het lastige is dat dit effect zich nauwelijks in één besluit laat zien. Het ontstaat geleidelijk, als een optelsom van individuele optimalisaties die elk op zich logisch zijn, maar samen de bewegingsruimte van de organisatie kunnen beperken.

Autonomie is geen onafhankelijkheid
Digitale autonomie wordt soms geïnterpreteerd als het streven naar onafhankelijkheid van leveranciers of technologieën. In de praktijk is dat niet realistisch en vaak ook niet wenselijk. Moderne organisaties functioneren nu eenmaal binnen ecosystemen van platforms en gespecialiseerde diensten.

De kern van autonomie ligt denk ik in de manier waarop die afhankelijkheid is ingericht. Kun je nog bijsturen wanneer omstandigheden veranderen? Kun je onderdelen vervangen zonder dat het hele systeem onder druk komt te staan? En blijft er voldoende ontwerpvrijheid over om nieuwe keuzes te maken zonder vast te lopen in eerdere beslissingen?
Autonomie is daarmee minder een toestand en meer een eigenschap van je architectuur: de mate waarin beweging mogelijk blijft binnen een netwerk van afhankelijkheden.

Implicaties voor de CIO Office
Wanneer je digitale autonomie zo benadert, verandert de rol van de CIO Office. Het beheren van systemen als afzonderlijke entiteiten zal minder prioriteit krijgen, ten gunste van het sturen op samenhang en bewaken van afhankelijkheden.

Dat vraagt in de besluitvorming om aandacht voor andere aspecten. Niet alleen of een oplossing werkt en wat deze kost, maar ook wat de structurele effecten zijn op de enterprise architectuur. De architectuurfunctie is of wordt daarmee een integraal onderdeel van strategische sturing en kijkt naar vragen als: welke afhankelijkheden worden versterkt of verminderd, en wat betekent dat voor mogelijkheden tot verandering in de toekomst?

Onderdeel van goed ontwerp
Digitale autonomie verdwijnt zelden door één ingrijpende beslissing. Het is meestal het resultaat van een reeks kleinere, rationele keuzes die elk op zichzelf goed verdedigbaar zijn.
De uitdaging voor CIO’s en CIO Offices is dan ook niet om autonomie als losstaand doel toe te voegen aan de agenda, maar om het mee te nemen in de keuzes die worden gemaakt, als onderdeel van goed ontwerp.

Niet alles hoeft volledig autonoom te zijn, maar een organisatie kan zelf, door elke keuze, van governance tot data-inrichting, de mate van afhankelijkheid bepalen.

Opmerkingen of vragen? Neem dan contact op met Thijs Willems.

 

Close